Lees hier een voorproefje uit het boek over de deelname aan de Olympische Spelen van Gerald Sibon. 'Ik ben in mijn leven twee keer nerveus geweest. Bij de foto met Maradona en toen ik naast Johan Cruijff stond'

Een grote, sterke spits, die op onverwachte momenten fijne staaltjes techniek liet zien. Gerald (‘Geraldinho’) Sibon was ook buiten het veld een aparte verschijning: intelligent, laconiek, droge humor. In 2008 nam trainer Foppe de Haan de geboren en getogen Drent als dispensatiespeler op in Jong Oranje dat in China een gooi deed naar de olympische titel. Een voorpublicatie uit het boek ‘Mijn Olympische Spelen’.

Gerald Sibon met zijn tatoeage van de Olympische Spelen in 2008. Foto: Cisca Pichel

Gerald Sibon met zijn tatoeage van de Olympische Spelen in 2008. Foto: Cisca Pichel

Hier! Het hoogtepunt van zijn Olympische Spelen: een foto met Maradona, genomen na de wedstrijd tegen Argentinië. Maradona, knap en gesoigneerd, in een blauw-wit polootje, Gerald Sibon, drie koppen groter, in oranje vrijetijdsshirt van het Nederlands olympisch team. Maradona kijkt geïmponeerd op naar de reus naast hem, die ontspannen een hand laat rusten op de Argentijnse schouder. Wie niet beter wist, zou zweren dat de man in de polo om het kiekje heeft gevraagd.

Iconisch beeld

De foto hing lange tijd als een trofee bij Sibon thuis, in de keuken, boven de eettafel. Mettertijd verhuisde hij naar de garage en nu is het iconische beeld in het schuurtje beland – ook bewondering kent stadia. Maar de kern is onaangetast. „Ik ben in mijn leven twee keer nerveus geweest’’, zegt Sibon. „Bij de foto met Maradona en toen ik naast Johan Cruijff stond. Ik voelde me een kleuter. Mijn handen trilden.’’

In het voorjaar van 2008 had Sibon het beste seizoen van zijn leven achter de rug. Onder trainer Gertjan Verbeek werd Heerenveen vijfde in de eredivisie en bereikte de club Europees voetbal. Onvergetelijk was het thuisduel met Heracles. Met 9-0 ging de club uit Almelo over de knie. De Braziliaan Alfonso Alves scoorde zeven keer – nog altijd een record in de eredivisie. De andere goals waren van Sibon, die dat seizoen tot dertien goals kwam.

Dispensatiespelers

Geen wonder dat Foppe de Haan, bij Heerenveen al eens zijn trainer, de ervaren Sibon (die ook voor Ajax, PSV en Premier League-club Sheffield Wednesday had gespeeld) graag meenam naar China. Voor het olympische elftal gold een leeftijdsgrens van 23 jaar, maar elk team mocht drie oudere dispensatiespelers meenemen. Naast Sibon, toen 34, had De Haan zijn keus laten vallen op Roy Makaay, de spits van Bayern München die bij Feyenoord aan zijn laatste voetbaljaren was begonnen, en AZ-speler Kew Jaliens.

„Ik was blij en trots dat ik mee mocht’’, laat Sibon, geboren en getogen in Drenthe, de herinneringen opborrelen. „Ik ben één keer voor een nationaal team geselecteerd, maar die wedstrijd ging niet door. Daarna nooit meer. De concurrentie was te groot. Kluivert, Bergkamp, Hasselbaink, Makaay, Van Nistelrooij, Van Persie, Robben – er moesten een hoop blessures zijn wilde ik in aanmerking komen. Om uiteindelijk toch het Oranje-shirt te mogen dragen vond ik een enorme eer.’’

Een andere generatie, een andere kijk op voetbal

De Haan verwachtte van de dispensatiespelers wat extra’s op het veld, maar ook dat ze voor extra verbinding zouden zorgen. Tussen coach en groep, tussen de spelers onderling. „Hou jij ze ook in de gaten?’’, had De Haan gevraagd. Al bij de eerste groepsbijeenkomst, bij een trainingsweek op Papendal, begreep Sibon dat dit nog niet zo makkelijk zou zijn. „Dit was echt een andere generatie; deze gasten hadden niet alleen andere interesses, maar ook een andere kijk op voetbal en presteren.’’

Dat ze na de Europese titels brandden van verlangen ook olympisch kampioen te worden, bleek niet correct. „Royston Drenthe had na het EK getekend bij Real Madrid, Ryan Babel bij Liverpool en Hedwiges Maduro bij Valencia. Het waren grote jongens geworden, met eigen ideeën. Vooral Royston, hartstikke leuke vent verder, had iets van: vertel mij wat, ik voetbal bij Real Madrid! Het echte vuur ontbrak.’’

Groepsproces

Ook een mentor moet zijn plaats kennen. „Ik was aanvankelijk te geforceerd bezig het groepsproces te beheren, misschien wel te beheersen. Ik begreep al snel dat ik beter wat afstand kon houden, dat ik hen eerst moest begrijpen voor er eventueel een wijze les op los te laten.’’

De voorbereiding startte op Papendal. De meeste spelers arriveerden daar rechtstreeks vanaf hun vakantieadres. In juni was er voor het laatst samen getraind. Foppe de Haan had voor iedereen een persoonlijk trainingsprogramma gemaakt en erop gerekend dat iedere speler fit van vakantie zou terugkeren. Een nogal naïeve misvatting. Bij menigeen liet de fitheid ernstig te wensen over. „Foppe was pissig, maar bleef optimistisch. Met Babel, Drenthe, Maduro, Erik Pieters en Gianni Zuiverloon had hij dezelfde kern geselecteerd als bij het EK. Hij hoopte dat er een ‘flow’ zou ontstaan en dat niveau en beleving vanzelf zouden stijgen.’’

‘Het leek wel een sauna’

Na twee verloren oefenwedstrijden in Zweden vertrok de selectie naar Hongkong. Daar werd met 2-0 gewonnen van Kameroen en met 1-1 gelijkgespeeld tegen Ivoorkust. Mede door de hitte en de enorm hoge luchtvochtigheid bleef het spel opnieuw zwaar onder de maat. Sibon met zijn grote lichaam had het moeilijk. „Elke training waren onze shirts meteen zeiknat. Na een uurtje was ik soms 2 kilo lichter. Het leek wel een sauna. Ik haalde geen moment mijn normale niveau.’’

Tegen Kameroen speelde de routinier alleen de eerste helft, tegen Ivoorkust alleen de tweede. „Ik baalde dat ik zoveel moeite had aan te klampen. Foppe had me meegenomen om van betekenis te zijn en ik kon het niet waarmaken.’’ Het mentorschap liet hij nu maar helemaal schieten. „Voetbal had prioriteit. Toen het spel na een paar weken wat verbeterde, werd de onderlinge omgang vanzelf meer ontspannen, de gesprekken losser en vrijer.’’

Verlossing

De eerste olympische wedstrijd ging tegen Nigeria. Sibon viel in na rust, maar kon de bakens niet verzetten. Opnieuw was de wedstrijd van bedenkelijk niveau, eindigend in 0-0. Ook de tweede wedstrijd, tegen de Verenigde Staten, begon hij op de bank. Vlak voor tijd, bij een 2-1-achterstand, bracht Foppe de Haan hem in het veld voor de geblesseerde Makaay. In de laatste minuut zorgde Sibon voor verlossing door te scoren uit een vrije trap, op 25 meter van het doel. „Hadden we verloren, dan was het toen al voorbij geweest. Nu konden we nog hopen. Maar dan moesten we winnen tegen Japan en moest het resultaat van Nigeria-Verenigde Staten meezitten.’’

Tegen Japan startte Sibon in de basis, maar Oranje speelde net zo slecht als de eerste wedstrijden. „Vlak voor tijd kregen we een penalty. Makaay was onze strafschoppennemer, maar die had nog steeds last van zijn voetblessure en durfde niet. „Hier, neem jij hem’’, zei hij en hij duwde me de bal in handen. In principe had ik ook kunnen missen, maar dat kwam niet in me op. Bam, doelpunt! Omdat de Amerikanen met de 2-1 van Nigeria verloren, eindigden we achter Nigeria als tweede en waren we door! Het was niet gegaan zoals ik had gewild, maar het deed me goed dat ik met mijn goals van betekenis had kunnen zijn.’’

Zwaar beveiligd

Het Nederlands elftal had tot dusverre zijn wedstrijden in Tianjin en Shenyang gespeeld, honderden kilometers van Beijing. Alleen op televisie kregen de spelers iets mee van de olympische beleving. „In Tianjin zaten we samen met andere teams in een hotel dat hermetisch van de wereld was afgesloten, elk team op een eigen etage. Het hotel werd zwaar beveiligd, want China was als de dood dat er iets met ons gebeurde, dat zou wel erg slechte reclame zijn. Voor alles, al was het maar een wandelingetje, moest je permissie vragen en kreeg je een beveiliger mee. Eigenlijk zaten we opgesloten. Alleen voor de trainingen mochten we eruit.’’

Pispaal

„In elke groep heb je jongens die geschikt zijn als pispaal. Bij ons was dat keeper Piet Veldhuizen. Die had bij Vitesse een prima jaar achter de rug en mocht graag rondbazuinen dat hij nu ook goed ging verdienen. Piet was heel extravert en flapte er van alles uit. Toen we in Zweden een keer uitgingen, stond hij de hele avond aan de deur en deed alsof hij de uitsmijter was. Maar hoe meer je vertelt, hoe gekker je doet, des te kwetsbaarder je wordt. Piet werd telkens te kakken gezet, vooral door de spelers die nog veel meer verdienden. Haantjesgedrag, zo gaat dat met jongens onder elkaar.’’

„Het kan heel leuk zijn iemand door het lint te zien gaan en met dingen te zien gooien. Maar Piet was ook een erg goede keeper die we hard nodig hadden. Dus op een gegeven moment heb ik tegen de plagers gezegd: jongens, kappen nu, het is mooi geweest.’’

Groepsvorming

„Het is de enige keer geweest dat ik mijn gezag, als je dat zo wilt noemen, heb laten gelden. Je moet spelers verder ook gewoon hun gang laten gaan. Foppe zag dat anders. Om de groepjesvorming te doorbreken kregen we op een gegeven moment briefjes waarop stond waar we moesten zitten bij het eten. Dat vond ik te geforceerd. We hadden ongeveer evenveel donkere als witte spelers in de groep, jongens zochten elkaar op en gingen bij het eten bij elkaar zitten. Dat gebeurt altijd en overal en moet je gewoon laten gebeuren.’’

De kwartfinale tegen Argentinië werd gespeeld in Shanghai, de halve finale stond gepland in Beijing. „Langzaamaan waren we fit genoeg om een hele wedstrijd op acceptabel niveau te kunnen spelen. Dat alleen al kwam de sfeer erg ten goede. Het vooruitzicht naar het Holland Heineken Huis te kunnen, zwem- en atletiekwedstrijden te zien en Nederlandse atleten te ontmoeten, gaf vleugels. Er kwam spirit en overtuiging in de groep.’’

Messi

Nederland speelde tegen de Argentijnen veruit de beste wedstrijd van het toernooi. „Met Riquelme, Messi, Agüero, Di Maria en Mascherano was Argentinië de uitgesproken favoriet. Ze hadden elke groepswedstrijd gewonnen, dus het ging zwaar worden. Messi scoorde 1-0, maar vlak voor rust maakte Bakkal gelijk en groeiden we in ons spel. De rest van de wedstrijd ging het gelijk op. Ik kwam er pas in tijdens de verlenging, toen Di Maria de Argentijnen op voorsprong had gezet, en heb alleen de laatste minuten gespeeld.’’

„Dat ik niet in de basis stond, hoewel ik ons er tegen de VS en Japan doorheen had gesleept, kon ik nog verdragen. Maar ik begreep niet waarom Foppe me zo laat inbracht. Toen het 1-1 stond en we de overhand hadden, zat ik te schuiven op de bank: ‘Zet me erin, zet me erin!’ Na het eindsignaal baalde ik ontzettend. Uitgeschakeld! Terwijl we hadden kunnen winnen! Ik was er klaar mee, wilde ook geen shirtje ruilen. Pas in de bus schoot het door me heen: shit, nu hou ik er niet eens een Argentijns shirt aan over. Gelukkig liep ik in het spelershotel Maradona tegen het lijf en scoorde ik een souvenir dat me veel dierbaarder is.’’

Weken chagrijnig

Toen Argentinië in de finale Nigeria versloeg, was het Nederlands team op weg naar huis. Beijing hebben ze nooit gezien. „Ik ben er nog weken chagrijnig van geweest. De Spelen gingen nog een week door, maar ik heb er niets van willen zien. Omdat ik trots ben op mijn deelname, heb ik later nog wel het logo van de Spelen op mijn arm laten tatoeëren.’’

Met Foppe de Haan heeft hij het er later nog wel eens over gehad. „‘De vibe was in China heel anders dan bij de EK’s’, zei Foppe. Toen een team jonge, hongerige wolven, in China individualisten die wel even zouden laten zien hoe goed ze waren. Dat had hij ook aan zichzelf te wijten, vond Foppe, hij was in zijn selectie niet streng genoeg geweest. Wie in 2006 en 2007 titels wint, verdient het om ook voor de Spelen te worden geselecteerd – aan dat sentiment had hij zich niet kunnen onttrekken. Ook had hij te laat door dat sommige jongens een andere status hadden gekregen. Tot op zekere hoogte deelde ik zijn analyse. Maar ik dacht ook: misschien had hij míj ook niet moeten meenemen. Want ik had wel gescoord, maar lang niet laten zien wat ik echt kon.’’

Geen leider

„Een tekortkoming was ook dat het elftal geen leider had, iemand die op moeilijke momenten naar voren stapt en de weg wijst. Iedereen ging ervan uit dat Makaay als aanvoerder die man ging zijn. Maar Roy raakte geblesseerd, werd onzeker en dan kun ook je geen leider zijn. Als ik in topvorm was geweest, had ik misschien die rol kunnen pakken. Maar ik stond niet eens in de basis. Dan ga je niet opeens de grote jongen uithangen.’’

Sibon beleefde na de Olympische Spelen nog vier fantastische voetbaljaren. Met Heerenveen won hij de Nederlandse beker, in de finale tegen FC Twente schoot hij de laatste en beslissende penalty binnen. Daarna speelde hij een jaar bij Melbourne Heart in Australië. In 2011 ging hij voor de derde keer bij Heerenveen aan de slag. Vaste keus was hij niet meer, maar hij scoorde dat seizoen nog twee keer en is sindsdien topschutter aller tijden bij Heerenveen.

Afscheid in 2012

Na zijn afscheid in 2012 was hij enkele jaren scout en jeugdtrainer en hoofdtrainer bij vv Heerenveen, de amateurs van de club. In 2017 gaf Heerenveen te kennen niet met hem verder te willen. „Het voelde als een afrekening. Ik was een van de laatst overgebleven kopstukken uit de periode Riemer van der Velde, Foppe de Haan, Gertjan Verbeek. Ik had eerder het gevoel dat bestuur en directie schoon schip wilden maken dan dat er iets aan mij mankeerde.’’

Sibon wilde verder in het voetbal, maar vroeg zich af: wat kan ik, wat past bij me? Spitsentrainer, assistent, hoofdtrainer? Bij wie kon hij met zijn vragen beter terecht dan bij coaches die zelf ook op het hoogste niveau hebben gespeeld? „Foppe heeft me geholpen wat structuur in mijn vragen aan te brengen. Hoe oefenden zij hun vak uit? Wat waren hun ervaringen? Wat zou ik bij hen mogen doen als assistent of spitsentrainer? Wat zouden ze me wel toe vertrouwen, wat niet?’’

Corona

De lijst ging naar Louis van Gaal, Marco van Basten, Youri Mulder, René Eijkelkamp, Frank de Boer, Max Huiberts en Dennis Bergkamp. Vergezeld van de vraag of hij langs mocht komen voor een gesprek. Dat mocht, niemand weigerde. „Van elk gesprek heb ik aantekeningen gemaakt. Daar ik blader ik nog wel eens in. Het meest bijzondere vond ik dat ze me allemaal wilden ontvangen. Wie krijgt dat nou, privéles op topniveau?’’

Toen Gertjan Verbeek in 2019 trainer werd van Adelaide United in Australië en hem vroeg als assistent, aarzelde hij geen moment. „Ik heb Gertjan jarenlang als trainer gehad. Hij kon me geweldig raken en ook geweldig irriteren. Gertjan is scherp op alles, dat is bij mij minder. Ik ben laconieker, relaxter – dat is mijn valkuil, maar ook mijn kracht. Zoals bij Gertjan zijn scherpte kracht én valkuil is. Ik had al eens gevoetbald in Australië, dus ik hoefde niet bang te zijn dat ik niet zou wennen.’‘

Na acht maanden was het alweer over. Corona! In maart 2020 werd de Australische competitie stilgelegd en togen Sibon en Verbeek weer huiswaarts. Hij kon er eerlijk gezegd geen traan om laten. „Ik zat in Australië zonder mijn gezin en heb dat heel moeilijk gevonden. Mijn vrouw en ik hebben drie kinderen, waarvan de jongste is geboren met een zeldzaam syndroom, waardoor ze veel zorg nodig heeft. Lola is tien, volgt speciaal onderwijs, en alleen al om die reden was het vrijwel onmogelijk het gezin mee te nemen. Nu zijn we gelukkig weer samen. Ik wil geen voetbalzwerver zijn die over de wereld trekt en zijn gezin maar af en toe ziet.’‘

Lange en mooie trainerscarrière

Gerald Sibon was twintig jaar prof en hoopt daar nog een lange en mooie trainerscarrière aan toe te voegen. „Voetbal is het mooiste dat er is. Ik hou van het spel, de entourage om wekelijks tot een topprestatie te komen, de gekkigheid in een spelersgroep. Ik heb in Nederland, Duitsland en Engeland gespeeld. Bij de Olympische Spelen keek ik voor het eerst door de ogen van een trainer naar een spelersgroep. Ik denk dat ik er kijk op heb, dat ik door al die ervaringen zie hoe je een speler gegeven zijn kwaliteiten en beperkingen het best kunt benutten. Ik heb in Australië een goede leerschool gehad bij Gertjan, het zou geen straf zijn om in de toekomst nog eens met hem op te trekken.’‘

Om scherp te blijven is hij in afwachting van het seizoen 2021- 2022 meerdere keren per week in Amsterdam te vinden. Bij de Ajax Coaching Academy dompelt hij zich onder in de filosofie waarmee Ajax jong talent traint en opleidt. „Ajax is hogeschool. Daar word ik alleen maar beter van.’‘

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Olympische Spelen
menu