Schaatsheldin Annette Gerritsen maakt in de aanloop naar de Olympische Spelen podcasts met medaillekandidaten. 'Als je zelf de spanning van de strijd kent, kijk je anders'

Haar olympische medaille houdt zijn glans. In de aanloop naar de Olympische Spelen in Japan, maakt schaatsheldin Annette Gerritsen podcasts met medaillekandidaten. „Als je zelf de spanning van de strijd kent, kijk je anders.”

Inpakken, sjouwen en dozen vouwen. Annette Gerritsen zit midden in een verhuizing. Met man en kind verkast ze naar een straat verderop. Ze willen niet weg uit hun vertrouwde buurt in Diemen, maar een groter huis lokt. Voor ons vraaggesprek ontvlucht ze de verhuisdrukte even. „Als het gaat om praten over sport, ben ik er gauw voor te porren.” De schaatsheldin - goed voor de zilveren medaille bij de Olympische Spelen in Vancouver - vertelt over de ijkpunten in haar leven.

1985 Dubbele ijzertjes

Geboren in Ilpendam, waar ze ook opgroeit. Ze heeft een oudere zus en een jongere broer. Haar ouders werken dan allebei bij de Belastingdienst. Haar moeder is in schaatskringen bekend door haar prestaties op de kortebaan, haar vader deed aan atletiek en pakte prijzen als sprinter. Net als haar zus en haar broertje staat dochter Annette al jong op het ijs. „Onze ouders gingen vaak met ons naar de Jaap Edenbaan in Amsterdam. Ik heb nog een foto waarop ik als meisje van twee met dubbele ijzertjes op het ijs sta.”

Lijk je op je ouders? „Mijn discipline en mijn doorzettingsvermogen heb ik van allebei. En net als mijn ouders ben ik ook een beetje eigenwijs. Mijn vader is erg van de cijfers, dat heb ik ook. Trainingsschema’s en tijden heb ik allemaal in mijn hoofd. Mijn moeder kan goed relativeren. Ze zegt altijd: ’Kijk maar hoe ver je komt. Als je zeker weet dat je je best hebt gedaan, is het goed.’ Dat is voor mij een goede leidraad.”

Als kind zit ze op turnen, speelt ze blokfluit en doet ze op de dorpsschool mee aan de musical. „Ilpendam was zo klein dat ik maar met tien kinderen in de klas zat.”

1997 Auto

Naar de mavo in Purmerend. Als ze twaalf is, stopt ze met turnen om zich volledig op het schaatsen te richten. Haar ouders rijden haar voor de trainingen naar de Jaap Edenbaan en later naar Thialf in Heerenveen. „Zonder mijn vader en moeder zou mijn sportloopbaan helemaal niks zijn geworden”,

2003 Schoenenwinkel

Ze gaat naar een mbo voor detailhandel en management in Purmerend. „Die opleiding vond ik heel leuk, vooral toen ik stage mocht lopen in een kledingzaak en een schoenenwinkel. Ik heb die studie afgemaakt, maar daarna richtte ik mijn focus helemaal op het schaatsen. Al gauw was ik 250 dagen per jaar van huis voor trainingen en wedstrijden. Dat slokte bijna al mijn tijd op.”

2005 Jong Oranje

Haar entree bij Jong Oranje. „Als ik terugkijk, was dat de mooiste tijd. Ze zagen me als een belofte. Ik kon alleen maar beter worden.”

Ze is bij de Olympische Spelen in Turijn en heeft de beste herinneringen aan het WK in Salt Lake City en de Wereldbekerwedstrijden in Calgary. Jarenlang zit ze in de ploeg met Marianne Timmer, die tien jaar ouder is dan zij. „Van Marianne heb ik heel veel geleerd. Ze drukte me steeds op het hart dat we een geweldig beroep hebben, omdat we zo veel mogen reizen en omdat we zo veel meemaken. Marianne máákte de dingen ook leuk. De focus lag bij het sporten, maar na de training zochten we ook leuke restaurantjes op en gingen we vaak shoppen. Waar ter wereld we ook waren, we maakten er wat van.”

2010 Zilver

Naar de Olympische Spelen in Vancouver. „Het waren de mooiste spelen die ik heb meegemaakt. Qua sfeer, qua aankleding, qua mensen, qua alles. Niet alleen het olympisch dorp was fantastisch, maar in de hele stad hing die olympische gedachte. Voor mij was het extra leuk dat er zo veel bekenden voor me waren gekomen. Mijn familie was er, de buren, vrienden, een hele ploeg.”

Het ging mis toen ze bij de race om de 500 meter op het ijs viel. „Na die val realiseerde ik me des te meer dat ik maar één kans had. Dat hielp me toen ik twee dagen daarna de 1000 meter moest rijden. Ik wist dat ik mezelf niet voorbij moest lopen en er niet al te veel bij stil moest staan dat het om olympische medailles ging. Ik had dat seizoen veel gewonnen, dus ik dacht: ik moet gewoon doen wat ik altijd doe, dan komt het goed.” Ze scoort een zilveren medaille. Op tweehonderdste seconde na goud. „Natuurlijk had ik graag goud gepakt, maar ik heb gedaan wat ik kon en ik ben vreselijk trots op die zilveren medaille. Die heeft daar een paar nachten op mijn nachtkastje gelegen.”

„Nog steeds kom ik mensen tegen die erover beginnen. Laatst nog iemand. Die had thuis zitten janken toen ik op die 500 meter onderuitging en die had op de bank staan juichen toen ik later toch nog een medaille won. Kun je nagaan wat sport kan losmaken.”

2012 Prijzenkast

Ze wint brons op de NK Afstanden, daarna blijft de deur van de prijzenkast dicht. Een hamstringblessure houdt haar tijdelijk van het ijs.

2013 (1) Bloedprikje

Haar lichaam laat haar in de steek. „Mijn trainer Jac Orie bleef in me geloven, maar om me heen kreeg ik al te horen dat het tussen mijn oren zat. Daar baalde ik van, want ik had nog nooit motivatieproblemen gehad. Daarom wist ik zeker dat er iets niet klopte in mijn lijf. Ze onderzochten van alles, maar vonden niks. Totdat maanden later uit een simpel bloedprikje bleek dat het om de ziekte van Pfeiffer ging. Dat verklaarde alles.”

„Ik had dus drie maanden tien keer per week getraind met een ziek lijf. Rust nemen was de beste remedie. Dat hielp, maar van binnen was ik kwaad dat ze me vóór die uitslag niet geloofden. Want wie me kende, had moeten weten dat het niet aan mijn inzet lag. Dat ze dat verkeerd hebben ingeschat, neem ik ze nog altijd kwalijk.”

2013 (2) Feest

Bij een feest in Amsterdam komt ze Vincent tegen. „Hij was daar met een vriend, ik was daar met een vriendin. Het was na het seizoen, dus ik was heel ontspannen. Zodra ik hem zag, wist ik direct: dit wordt hem. Bij hem voelde het meteen goed.” Hij werkt in de ICT en wist niks van haar schaatsloopbaan. „Dat was een voordeel. Dan kun je blanco met elkaar beginnen.” Ze hebben veel overeenkomsten, vertelt ze. „We zijn allebei avontuurlijk aangelegd en houden allebei van reizen en kamperen.”

2014 NOS-analist

Vanwege vormverlies staat ze niet op het ijs. Toch is ze bij internationale toernooien, nu als analist voor de NOS. „Bij de verhalen die ik voor de microfoon vertel, schets ik de achtergronden van de schaatsers en verplaats me in hun gedachtewereld. Welke keuzes maken ze? Welke tegenslag moeten ze overwinnen? Door het hele plaatje te schetsen, krijgt de kijker een beter beeld en wordt een race interessanter.”

„Omdat ik veel schaatsers ken en spreek, heb ik altijd wel wat achtergrondinformatie. En het helpt natuurlijk dat ik zelf op het ijs heb gestaan. Dan ken je de spanning en weet je wat ze denken en voelen.”

2016 Spek en bonen

Opnieuw is ze voor de NOS bij de Olympische Spelen. Voor de camera kondigt ze aan dat ze stopt met schaatsen. „Het kraakbeen in mijn knie is kapot, zodat ik niet meer 100 procent van mijn lichaam kan vragen. Dan weet je dat je jezelf niet meer zal overtreffen. Schaatsen is leuk als je wint en als je weet dat je beter kan. Dat zat er allebei niet meer in. En ik wilde niet voor spek en bonen meedoen.”

2017 Dochter

Vincent en Annette krijgen een dochter. Ze noemen haar Abbey. „Als ze later gaat schaatsen is dat leuk, maar ze moet natuurlijk zelf haar keuzes maken.”

2019 Kettingbotsing

Ze werkt bij De Talentenacademie als begeleider van sporttalenten en maakt een documentaire over schaatscollega Ireen Wüst. Een auto-ongeluk zet alles op zijn kop. „Bij een kettingbotsing liep ik een whiplash op. Bijna een jaar leefde ik in een slakkengangetje. Gelukkig kon ik leunen op de steun van mijn vriend en mijn ouders. Uiteindelijk kwam ik bij een goede revalidatiearts terecht die me met een speciale therapie weer op de been hielp. Maar intussen was het coronatijd en raakte ik mijn baan kwijt.”

2021 Topsport Amsterdam

Ze gaat aan het werk bij Topsport Amsterdam, een stichting die TeamNL-programma’s aanbiedt aan 265 jonge sporters, zodat ze zich kunnen ontwikkelen tot olympisch atleet. Dat gebeurt met financiële steun van de gemeente Amsterdam, NOC*NSF en Topsport Amsterdam zelf. ,,Zo kunnen de sporters in Amsterdam wonen, trainen, studeren en eten. Ik begeleid ze bij hun leefstijl. Het gaat bijvoorbeeld om schaatsers, basketballers en zwemmers van veertien, vijftien jaar die nog nooit op zichzelf hebben gewoond. Ze komen uit het hele land. Met mijn collega’s mag ik ze ondersteunen om hun nieuwe leven in Amsterdam een beetje structuur te geven.”

Ook maakte ze podcasts met sporttalenten. Zo interviewde ze deelnemers aan de Olympische Spelen die een coronajaar later beginnen. Ze sprak onder meer met zeilster Lobke Berkhout, die met haar maatje Afrodite Zegers naar Tokio reist. „Voor die meiden kwam het goed uit dat de spelen werden uitgesteld. Ze werkten nog niet zo lang samen en konden zo een jaar extra trainen.” Maar baanwielrenner Matthijs Büchli baalde vanwege het uitstel. „Hij was vorig jaar in topvorm en moest volop blijven trainen om dat niveau vast te houden.”

Als onderdeel van haar werk presenteert ze bij Allsportsradio het programma Van Amsterdam tot Tokio . ,,Hierin vraag ik sporters die op weg zijn naar de Olympische Spelen het hemd van het lijf.’’

2026 Moeder

Wat doe je over vijf jaar? „Ik wil sporters blijven begeleiden en dingen blijven doen voor de radio en tv. En een goede moeder zijn, natuurlijk.”

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
Interview
Olympische Spelen
menu