Sjinkie Knegt geniet van elke wedstrijdmeter, altijd en overal

Sjinkie Knegt tijdens de training van de shorttrackers op de trainingsbaan van het Capital Indoor Stadium in Beijing. FOTO KOEN VAN WEEL

De eerste medailles bij het shorttrack worden zaterdag uitgereikt op een nieuw onderdeel, de gemengde aflossingskoers. Voor Sjinkie Knegt betekent dat meteen de eerste kans op goud, de enige olympische medaille die hij nog niet bezit.

In de trainingshal grapt Sjinkie Knegt richting de jonkies uit de ploeg. De Bantegaster maakt een ontspannen indruk. Even later in de mixed zone van de kleine shorttrackhal in Peking is het niet anders. Natuurlijk heeft hij even tijd. ,,Ik ben de minste niet, nou’’, zegt hij lachend.

Hij heeft er zin in. Het shorttracktoernooi mag wat Knegt betreft wel beginnen. Hij voelt zich goed, merkt dat de oude Sjinkie steeds dichter aan het oppervlak verschijnt. ,,Dat is wel de bedoeling’’, zegt hij.

Sinds de World Cup van Dordrecht is Sjinkie een andere trainingsroute ingeslagen dan de rest. Hij heeft meer gefietst. ,,Dat begint nu te werken.’’ In de acht weken sinds de veranderde aanpak is veel veranderd. ,,Ik denk dat ik ergens in die tijd beter ben geworden dan de oude Sjinkie.’’

Goed in zijn vel

Meteen op de eerste dag kan Knegt gaan jagen op die ene olympische medaille die nog ontbreekt op zijn palmares. Zilver en brons heeft hij al in Bantega, alleen die gouden nog en zijn palmares is compleet. Op de mixed relay liggen zaterdag kansen voor Nederland.

In Dordrecht won Knegt met Jens van ’t Wout, Suzanne Schulting en Selma Poutsma in november de laatste internationale mixed relay. ,,Een mooi en snel onderdeel’’, zegt hij. ,,Ik denk niet dat het zondag heel lang duurt. Is het zaterdag? Het is al op zaterdag hoor ik net.’’ Hij knijpt zijn ogen op karakteristieke manier tot ondeugende spleetjes. Knegt zit duidelijk goed in zijn vel.

De mixed relay is nieuw op het olympische programma, maar samen rijden zijn de Nederlandse shorttrackers al lang gewend. Mannen duwen vrouwen, vrouwen duwen mannen, daar hoefden de rijders van bondscoach Jeroen Otter niet speciaal op te trainen. Sommige andere landen hebben aparte vrouwen- en mannenploegen. ,,Die zullen deze trainingen moeten inplannen’’, zegt Otter.

‘Een extra kans om te rijden’

Shorttrack is bij uitstek geschikt om gemengde wedstrijden te rijden, vindt Knegt. ,,Zeker met dit format.’’ Vrouwen racen tegen andere vrouwen, mannen tegen andere mannen. ,,En het blijft shorttrack. Gewoon een extra kans om te rijden. Daar hou ik van.’’ Suzanne Schulting is het met hem eens. ,,Een fantastisch onderdeel’’, zegt ze.

Alleen het duwen van een vrouw is anders dan van een man, weet Knegt. Vrouwen zijn van nature lichter. ,,Dus soms moeten mannen zich even inhouden, maar wij doen dat niet hoor. We smijten ze volle bak weg.’’

De vrouw die een man moet aanduwen is een ander verhaal. ,,Dan moeten wij wat actiever de baan inkomen’’, erkent Knegt. ,,Bij de gewone relay zijn mannen wel eens wat lui.’’ Dan maken ze wat minder snelheid.

Als Suzanne Schulting Knegt op weg moet helpen, is het voor hem zaak zich zo ‘licht’ mogelijk te maken. Hoe meer snelheid, hoe minder hard de duw hoeft te zijn. ,,Maar Suus is zo ontzettend sterk. Als ze mij duwt, weet ik dat ik gelijk snel door kan.’’ Schulting: ,,Ik ben best wel sterk, hij krijgt best wel snelheid van me.’’

Schulting kan dat het beste aan

Het enige nadeel van zaterdag is de korte tijd die tussen de kwartfinale, halve finale en finale zit. Knegt, Van ’t Wout en Itzhak de Laat rijden eerst ook nog de heats van de 1000 meter, Schulting, Poutsma en Xandra Velzeboer die van de 500 meter. ,,We moeten ook nog door de mixed zone na de kwartfinale. Als je dan in de eerste halve finale weer moet, mag je wel rennen om op tijd in de heatbox te zijn.’’

Ook daar is op getraind. Die korte hersteltijd is gesimuleerd om niet voor verrassingen komen te staan. ,,We weten wie dat het beste verteert. Ja, ik ga er wel lekker op.’’

Uiteindelijk bepaalt Otter wie er rijden. ,,Gelukkig hebben we de keuze uit drie mannen en drie vrouwen. Je zult door die korte tijd keuzes moeten maken. Het mooie is dat als je op het podium komt daar met zes rijders staat. Het echte teamgevoel.’’

De kans dat Schulting alle races rijdt, is groot. Zij kan dat als beste aan. Poutsma trekt haar lichaam als sprinter sneller leeg. ,,Het liefst laat je haar ook drie keer rijden’’, zegt Knegt. ,,Maar dat is voor haar niet te doen.’’ Zelf ziet-ie drie starts wel zitten. ,,Ik voel me gewoon heel goed, dus de kans dat ik word ingezet, neemt alleen maar toe.’’

Nieuws

menu