Manon Veenstra uit Kerkenveld doet mee aan het WK op Papendal en krijgt een kick van BMX-wedstrijden. 'Weinig dingen geven een lekkerder gevoel'

Hoe de Drentse bikkel Manon Veenstra (23) haar drukke leven volhoudt is voor een normaal mens een raadsel. De BMX-rijdster doet er alles aan om in de absolute top grote prijzen te gaan winnen. Zondag neemt ze op Papendal met de andere Nederlandse kanonnen op het kleine fietsje deel aan het wereldkampioenschap.

Manon Veenstra: ,,Ik kan alleen een 100 procent versie van mijzelf gaan laten zien.''

Manon Veenstra: ,,Ik kan alleen een 100 procent versie van mijzelf gaan laten zien.'' Foto Gerrit Boer

,,Mijn dag begint vaak al om vijf of zes uur’’, vertelt Manon Veensta in haar ouderlijk huis in Kerkenveld, waar vlakbij de koeien grazen. ,,Dan ga ik trainen en daarna naar mijn werk op de intensive care in het Scheper Ziekenhuis in Emmen. Als ik terugkom train ik nog een keer, waarna ik thuis nog mijn studie psychologie er achteraan doe. Om negen of tien uur ‘s avonds ben ik klaar en ga ik slapen.’’

,,Ik ben eigenlijk nooit vrij. Als ik geen training heb, vul ik het in met werk. Het is mijn eigen keuze. Ik kan ook besluiten om het niet te doen. Ja, een Spartaans leven. Maar hoe beter ik word des te meer wil ik me bewijzen. De droom om op het hoogste niveau medailles te halen wordt steeds sterker. Ik kan niet op de bank zitten en denken: ik sla een training over. Dat zou ik niet kunnen.’’


Veenstra moet op het WK bij de elitevrouwen behalve met de buitenlandse concurrentie de strijd aanbinden met Nederlandse rijdsters, zoals de zussen Laura en Merel Smulders, van wie de laatste olympisch brons won. Bij de elitemannen komen behalve huidig wereldkampioen Twan van Gendt onder anderen olympisch kampioen Niek Kimmann en zijn broer Justin in actie. De Drentse trainde in haar jeugd jarenlang met de uit het nabij gelegen Lutten afkomstige Overijsselse broers.



Ze bekeek de Nederlandse successen in Tokio met gemengde gevoelens. Want ze had zelf op de Olympische Spelen willen rijden. Maar tijdens een selectiewedstrijd in Verona ging het enige nog beschikbare ticket naar Merel Smulders. ,,Ik fietste eigenlijk heel goed, maar maakte wat domme foutjes. Merel reed in Verona super. Ik baalde wel. Het was toen een zure appel. Maar je moet gewoon door. Het wordt er niet anders van als je blijft balen. Maar de wedstrijden in Tokio waren heel tof. Voor de sport en het land. Niek Kimmann gunden we het thuis allemaal. Zo’n rauwdouwer. We trainden toen we jong waren bij dezelfde club in Dedemsvaart. Natuurlijk heb ik hem gefeliciteerd met zijn medaille.’‘

De blondine vindt het lastig om haar verwachtingen voor het WK uit te spreken: ,,Ik kan alleen een 100 procent versie van mijzelf gaan laten zien. Binnen BMX kan je niet alles controleren. Er kan zoveel gebeuren: vallen, noem maar op, het is zo’n dynamische sport. Natuurlijk wil ik de finale halen en zo hoog mogelijk eindigen. Maar mijn focus ligt vooral op wat ik zelf kan doen. Om bij de beste rijders van de wereld de finale te halen is gewoon top. De concurrentie wordt steeds breder. We zijn aan elkaar gewaagd. Op de Spelen miste Laura Smulders na een val de finale, maar op de wereldranglijst staat ze nummer 1. Door één fout kan het al misgaan.’’

Na drie jaar sukkelen van vervelende rugblessure af

Veenstra heeft geen last meer van een vervelende rugblessure. ,,Vanaf december ben ik van die pijn af, na drie jaar sukkelen. Het was onbekend waar de pijn vandaan kwam. Als het te erg was moest ik gewoon stoppen. Daarom besloten ik en mijn coach anders te gaan trainen om de rug sterker te maken. Ik ging een dag extra naar de sportschool en heb veel aan de core stabiliteit gewerkt (de spieren van de romp, red.) De grote spieren hebben het in mijn rug overgenomen van de kleine spieren. Ik heb veel gehad aan mijn fysiotherapeut Rob Tibben, die ook werkt voor het schaatsteam IKO in Groningen. Via Rob heb ik bij Jacob Veenstra getraind (krachttrainer IKO en Team 4 Mijl, red). Hij is een triatleet, echt een beest. Het heeft allemaal goed geholpen. Zo bizar, ik ben echt dankbaar.’’

,,Ook mentaal heb ik met een sportpsycholoog een stap gemaakt. Veel meer visualiseren. BMX is een sport waarbij als je 99 procent geeft het al te weinig is om het te halen. Dat moet echt 100 procent zijn. Als je even twijfelt kan het je in de race al een plek schelen.’’

Gaan BMX’en door broer Kevin

Dat de Drentse ooit op een BMX-fietsje terechtkwam komt door haar broer Kevin. ,,Hij was vijf jaar oud en reed motorcross, maar hij vond het te eng. Daarom ging hij crossen op een BMX-fiets. Ik was twee en wilde dat ook. Mijn ouders vonden het geen sport voor meisjes, te gevaarlijk. Maar op de baan reed ik stiekem een rondje. Mijn broer is al tien jaar gestopt en rij ik nog steeds. En mijn ouders zijn grote supporters, al hadden ze geloof ik liever gezien dat ik als kind ging dammen, haha. Maar ze hebben me toen ik jong was overal naartoe gereden.’’

Veenstra bleek al snel een groot talent dat op jeugd WK’s meteen vierde werd en daarna zilver won. Ze werd geselecteerd voor regionale, maar nooit voor nationale selecties. Ze heeft geen idee waarom dat is. ,,Daarom heb ik een aantal jaren geleden besloten om naar Nieuw-Zeeland te gaan en daar te gaan trainen. In Nederland kon ik niet vinden wat ik nodig had. Ik ben de wereld gaan rondbellen naar coaches en kwam bij Matt Cameron in Nieuw-Zeeland terecht. Ik dacht: dit is hem. Er is een klik. Ik vertelde als 18-jarige mijn ouders dat ik naar Nieuw-Zeeland ging. Ik kon het betalen via een baantje en kende mensen waar ik kon logeren. Via een meisje waartegen ik fietste.’’

Ik mocht niet op Papendal trainen

,,Ik zit nog steeds niet bij de nationale selectie. Ik doe alles individueel. Er zijn niet echt eisen om daarbij te komen. Al komen die er nu wel. Het voordeel van de nationale selectie is dat je financieel wordt geholpen. Als je prestaties haalt krijg je een A-status en een inkomen. De reizen worden voor je geregeld. Je kunt altijd een beroep doen op de begeleiding: fysio’s, doktoren, alles erop en eraan. Ik zou dan altijd met begeleiding op de baan op Papendal trainen.’’

,,Eerder mocht ik tijdens wereldbekers niet op Papendal trainen. Als enige eliterijder in Nederland. Dat was frustrerend. Ik moest in mijn eentje in Kampen trainen. Dat had negatieve invloed op mijn prestaties, want als je met anderen traint en rijdt push je elkaar. Gelukkig ben ik best wel goed in mezelf pushen. Ik moet me maar gaan bewijzen op het WK en laten zien wat ik in huis heb. Ik wil iedereen verslaan, de Colombianen en de Fransen en ook de Nederlanders die wel in de selectie zitten. Het enige doel is om de beste BMX’er te worden.’’

De eindjes aan elkaar knopen

Omdat ze nauwelijks financiële ondersteuning heeft, is het voor Manon Veenstra hard aanpoten om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat doet ze met baantjes in Nederland en Nieuw-Zeeland als ze daar maandenlang is. Ze gaat heel zuinig met haar materiaal om. BMX is een dure sport - haar fiets kost 3000 euro - en vooral de banden slijten snel. ,,Als mijn achterband, die sneller slijt, op is verplaats ik mijn voorband naar achteren. Dan koop ik één nieuwe voorband, zodat ik kosten bespaar. Je moet wat. Dat hoeven rijders met meer geld niet te doen. Als je banden te glad worden glij je door. Het stuur, dat veel klappen opvangt, moet na een half jaar ook vervangen worden. Je wilt niet meemaken dat dat plotseling afknapt.’’

Ze heeft één sponsor die er binnenkort mee ophoudt. ,,Ik ben heel dankbaar wat ik kan doen. Het is mijn eigen keuze. Als ik aan sport wil doen en ik heb geen financiële middelen, dan moet ik zelf voor inkomsten zorgen. Ik kan ook niet gaan sporten. Maar ik ga echt niet mijn hand bij mijn ouders ophouden. Die hebben altijd alles voor mij gedaan, no way. Maar als ik meer sponsoren vind krijg ik meer financiële middelen, zodat ik niet meer zoveel hoef te werken. Dan ben ik niet zo vermoeid tijdens mijn trainingen. Dat zou echt de volgende stap zijn.’’

De Drentse geniet nog steeds volop van de BMX-sport. ,,De adrenaline geeft me een kick. Je doet dingen waarvan je denkt dat je ze niet moet doen en dan doe je ze toch. De snelheid, het gevaar dat er een beetje in zit en het springen. Weinig dingen geven een lekkerder gevoel. Ik wil professioneel zo lang blijven rijden als ik kan, zo tot rond de 30 denk ik. En voor de lol tot ik honderd ben. Mijn grote doel is olympisch goud natuurlijk. Inderdaad, dan zit ik ook bij Humberto Tan. Haha, ik weet niet of ik daar zo blij van word. Ik ben niet iemand die zo graag in het middelpunt van de aandacht staat.’’

Je kunt deze onderwerpen volgen
Sport
menu